Home Artikelen SER Bulletin “Alle lidstaten hebben dezelfde uitdagingen”

“Alle lidstaten hebben dezelfde uitdagingen”

Maarten Camps, topambtenaar bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, is twee jaar lang voorzitter van het Europees Werkgelegenheidscomité (EMCO). In die functie maakt hij zich sterk voor volledige werkgelegenheid, kwalitatief beter werk en sociale cohesie. Kortom, de hoofddoelen van het Europese beleid voor werkgelegenheid.

“In het verleden reageerde het EMCO op stukken die de Europese Commissie naar buiten bracht”, vertelt Maarten Camps op het ministerie in Den Haag. “Nu de commissie minder stukken publiceert, hebben we ruimte om zelf nota’s te schrijven. Zo hebben we het afgelopen jaar overeenstemming bereikt over het beleid dat alle 25 lidstaten zouden moeten voeren op het gebied van scholing.”

Camps (41) nam vorig jaar februari de voorzittershamer over van de Zweed Mats Wadman. In de verkiezingstrijd kreeg hij concurrentie van een Italiaan en een Belg. Uiteindelijk werd de Nederlander tot voorzitter gekozen, naar eigen zeggen omdat hij meer gericht was op consensus dan zijn concurrenten. In Brussel beschikt Camps over een secretariaat met drie vaste medewerkers die de bijeenkomsten voorbereiden. Meestal treft hij op kantoor meer mensen aan; EMCO maakt namelijk regelmatig gebruik van tijdelijke krachten van de Europese Commissie. Een keer per maand reist Camps voor overleg af naar de Belgische hoofdstad.

“Het voorzitterschap kost veel tijd. Ik doe dit naast mijn werkzaamheden voor het ministerie. Het betekent dat ik vaak in de avonduren en soms zelfs ‘s nachts moet werken. Maar ik doe dit met veel plezier. Ik vind het erg leuk om in zo’n grote vergadering met alle 25 lidstaten consensus te bereiken over het beleid”, zegt Camps, die met deze onbetaalde functie een plek aan tafel heeft bij de Sociale Raad.

Niet alleen over scholing heeft Camps het afgelopen jaar consensus tussen alle lidstaten bereikt, ook over nieuwe werkgelegenheidsrichtsnoeren. “De vergadering over die richtsnoeren hadden we schriftelijk al goed voorbereid. Op de dag zelf wilden sommige lidstaten hier en daar nog een woord wijzigen in de tekst. Dat kon, mits de andere landen geen grote bezwaren hadden. Ontstond er discussie, dan zat ik soms te turven welke landen voor de wijziging waren en welke niet.
Ik let er altijd op dat iedereen evenveel recht wordt gedaan. Aan de definitieve tekst zal niemand echt zijn hart verpanden, al is er wel in grote lijnen consensus. Uiteindelijk hebben we de door de commissie voorgestelde richtsnoeren in anderhalve dag volledig verbouwd.”

Blijkbaar had Camps zijn werk goed gedaan, want de volgende stap was goedkeuring van de tekst door de Coreper, de commissie van permanente vertegenwoordigers van alle 25 lidstaten. Die heeft niets meer gewijzigd.

Olieprijs
De richtsnoeren behandelen het thema van de ‘sluitende aanpak’. Dat wil zeggen dat iedereen die werkloos wordt binnen een bepaalde tijd een traject ingaat om een nieuwe baan te vinden. Zo’n richtsnoer heeft, in tegenstelling tot een richtlijn, geen enkele juridische status. Maar het geeft een nationale overheid wel aanknopingspunten voor het te voeren beleid. En een overheid wordt uiteindelijk wel door de Europese Commissie afgerekend op de resultaten van dat beleid.

In hoeverre helpen die richtsnoeren eigenlijk om het doel van volledige werkgelegenheid te bereiken? Camps: “Of we het doel van 70 procent werkgelegenheid in 2010 bereiken hangt af van veel andere factoren dan puur en alleen beleid. Daarbij speelt zelfs zoiets als de olieprijs mee. We moeten ons daarom niet focussen op dat precieze getal. Ik vind het veel belangrijker dat lidstaten de weg naar volledige werkgelegenheid inslaan.”

Drop-outs, laagopgeleiden, een levenlang leren; Camps heeft geconstateerd dat alle lidstaten eigenlijk wel dezelfde uitdagingen hebben. Elk land heeft weer een eigen manier om die uitdagingen aan te gaan. Zo heeft Ierland een interessante oplossing voor het thema een levenlang leren. De Ieren hebben organisaties in het leven geroepen die de samenwerking coördineren tussen onderwijs en bedrijfsleven. Zo zorgen ze ervoor dat werknemers zich tijdens hun werkzame leven blijven scholen en dat die scholing goed aansluit op de vraag vanuit het bedrijfsleven.

Het EMCO organiseert regelmatig seminars waar lidstaten hun voorbeelden uit de praktijk aan elkaar tonen. Onlangs was er een seminar in Nederland waar ons land zijn aanpak van jeugdwerkloosheid aan de andere landen liet zien. De Taskforce Jeugdwerkloosheid, een gezamenlijke projectorganisatie van de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, liet daar zien hoe ze met veel succes het bedrijfsleven stimuleert om werkplekken voor jongeren te creëren.

Duitsland
Voor de generalisten in het veld, organiseert EMCO elk half jaar een overkoepelend seminar in Brussel. Camps: “Ik herinner me nog goed hoe een presentatie van de Zweden over de ruimhartige verlofdagen in dat land tot levendige discussies leidde. De Angelsaksische landen toonden zich erg kritisch, die vroegen zich af of zoveel verlofdagen wel goed zijn voor de arbeidsparticipatie. Oost-Europese landen worstelden meer met de vraag of ze zoveel verlof wel kunnen betalen.”

Camps heeft de indruk dat iedereen in Europa inmiddels wel beseft welke kant het op moet met de arbeidsmarkt. Een goed voorbeeld is Duitsland, waar men inmiddels is begonnen met hervormingen die moeten leiden tot een minder starre arbeidsmarkt. Ook de hervormingen van Frankrijk, waar is gesnoeid in de ontslagbescherming, sluiten volgens hem goed aan bij de Lissabon-strategie.

Het roept wel de vraag op hoe sociaal een afgevaardigde van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid deze ontwikkelingen vindt. Camps: “Een echt sociaal onderwerp als armoedebestrijding behoort op zich niet tot onze taak. Maar armoedebestrijding is wel inherent aan het beleid voor werkgelegenheid. Ik vind dat we naar een arbeidsmarkt moeten waarbij het niet meer zo erg is om je baan te verliezen omdat je daarna weer snel aan het werk kan. Het draait allemaal om dat aanpassingsvermogen. De beste manier om uit de armoede te komen is nog altijd een baan.”

Adviseren over werkgelegenheid
Het Europese Werkgelegenheidscomité (EMCO) is het belangrijkste adviesorgaan van de Raad van Ministers van de Europese Unie op het terrein van de werkgelegenheid. Het EMCO verzorgt niet alleen de voorbereidingen voor de Sociale Raad, de topontmoeting van de 25 ministers voor sociale zaken van alle lidstaten, maar stimuleert ook dat de lidstaten best practices uitwisselen om van elkaar te leren. Het voorzitterschap van het EMCO wisselt elke twee jaar.

Copyright Christel Witteveen
SER-bulletin mei 2006

....

 

 

 

 

 


....

 

 

x

Doorzoek website