Home Artikelen SER Bulletin Buitenlandse belangstelling voor Nederland

Buitenlandse belangstelling voor Nederland

Fortis mag sinds vorig jaar het Chinese Ping An Insurance tot een van de belangrijkste aandeelhouders rekenen. Het staalconcern Corus kwam in handen van het Indiase bedrijf Tata. En eerder al werd het Kruidvat overgenomen door Hutchison Whampoa uit Hong Kong. En volgens Bernard Wientjes hebben inmiddels al honderden Aziatische ondernemingen hun Europese hoofdkantoor in Nederland.

Wientjes, voorzitter van VNO-NCW, beschrijft in zijn speech tijdens het VNO-NCW-congres afgelopen februari hoe hoofdkantoren van Amerikaanse, Aziatische, Zuid-Amerikaanse en in de toekomst ook Afrikaanse multinationals welvaart kunnen brengen in Nederland. Volgens de voorzitter creëren ze hoogwaardige banen en eenvoudige dienstverlening. “Veel mkb-bedrijven kunnen bloeien en groeien in een klimaat rondom deze hoofdkantoren,” aldus Wientjes.
Een welkome ontwikkeling, dat vindt ook het Innovatieplatform van de komst van deze nieuwe categorie investeerders. In de analyse ‘Nederland als Portal to Europe’ concludeert het Innovatieplatform dat het Nederlandse bedrijfsleven weinig innovatief is en te weinig grote groeiers heeft. Nederland ontbeert bereidheid tot ondernemerschap. De arbeidsmarkt is weinig flexibel en kampt met structurele tekorten. Als eerste punt op de lijst acties van het Innovatieplatform om hier iets tegen te doen, staat het aantrekken van buitenlandse ondernemingen. Maar waarom willen buitenlandse bedrijven zich eigenlijk in Nederland vestigen? Dat kan Antoine van Agtmael prima uitleggen. In het onlangs verschenen boek ‘De nieuwe multinationals’, beschrijft hij hoe bedrijven uit Brazilië, China, India, Korea en Mexico westerse markten overnemen.

Van Agtmael concludeert dat deze bedrijven interesse tonen in Nederland als vestigingsplaats omdat ons land een goede uit-
gangspositie biedt om de rest van de Europese markt te benaderen. “De meeste mensen spreken goed Engels. Maar ook de havens, vliegvelden en de hoogopgeleide bevolking maken Nederland aantrekkelijk.”

Volgens Van Agtmael biedt de komst van buitenlandse bedrijven een uitdagend perspectief omdat Nederland altijd een vrij open land is geweest. “Natuurlijk betekent de overname van Corus door Tata deels een bedreiging. Het hoofdkantoor van het staalconcern zal langzaam naar India verschuiven. Dat betekent banenverlies.

Tegelijkertijd geeft de over-name de mogelijkheid om de technologie van Hoogovens beter te benutten. Het bedrijf richtte zich immers lange tijd op productie voor de Europese auto-industrie. Maar die markt ligt behoorlijk stil. Door de overname kan Corus de technologie inzetten voor de groeiende auto-industrie in Azië. Gunstig voor Nederland, omdat het banen creëert voor Nederlandse inge-nieurs.”

De technologische kennis van bedrijven uit opkomende landen moet niet worden onderschat, vindt de in Nederland geboren en getogen Van Agtmael, die inmiddels al zo’n veertig jaar in Amerika woont. Vanuit zijn kantoor in West-Virginia vertelt de investeerder dat hij een diep geloof heeft in het gezegde ‘good times create bad companies, bad times create good companies’. “Het is frappant hoe een bedrijf als Philips werd overschaduwd door het succes van Samsung. Als alles te gemakkelijk gaat, sukkelen mensen in slaap. Dat is volgens mij indertijd in Nederland is gebeurd. Nederland beschikte over een enorme gasvoorraad waar het op kon steunen; daardoor heeft het land het te makkelijk gehad. Nu stimuleert de bedreiging van de nieuwe multinationals. De economische groei in opkomende landen leidt eindelijk weer tot actie. Ik zie nu jonge ingenieurs in de regio Eindhoven kleine bedrijfjes opzetten om nieuwe technologie te ontwikkelen.”

Henk van der Kolk, voorzitter van FNV Bondgenoten, noemt de focus op de komst van buitenlandse bedrijven ‘wel erg smal’. “Laten we niet doen alsof buitenlandse bedrijven degenen zijn die hier de concurrentiekracht gaan verbeteren. Ze kunnen hier alleen zo goed functioneren omdat Nederland een goed vestigingsklimaat heeft.” Waar bedrijven volgens de vakbondsman op letten is of het aantrekkelijk is om in een land te wonen. Of de kinderen naar een goede school kunnen. Maar ook de aanwezigheid van goede toeleveranciers en de bereikbaarheid tellen mee. Wat al die punten betreft, scoort Nederland hoog.

Volgens Van der Kolk kan de aantrekkingskracht van Nederland echter toenemen als het niveau van de beroepsbevolking nog meer stijgt. Investeren in opleiding en onderwijs dus. Concurreren kan net zo goed op eigen kracht, door te focussen op sociale innovatie. “We moeten de kwaliteit van onze eigen werknemers beter benutten om de concurrentiekracht van Nederlandse bedrijven te vergroten”, aldus Van der Kolk. “Als werknemers flexibeler kunnen werken en meer zeggenschap krijgen op de werkvloer, dan kan dat leiden tot proces- en productinnovatie.”

Het valt Van der Kolk echter op dat het aantrekkelijk maken van Nederland als vestigingsplaats zich sterk toespitst op financiële randvoorwaarden. “Landen tuimelen over elkaar heen als het gaat om fiscale prikkels voor bedrijven. Straks gaat een land nog zeggen ‘bij ons hoef je helemaal geen belasting te betalen’. Een groot nadeel van dit soort prikkels is dat bedrijven zo hun biezen pakken als de financiële voordelen elders gunstiger uitpakken. Aan dat soort bedrijven hebben we helemaal geen behoefte.”

 


--------------------------------------------------------------------------------
Steeds meer concurrentie met West-Europese landen

Uit onderzoek van Ernst & Young in samenwerking met het ministerie van Economische Zaken blijkt dat Nederland op dit moment nog aantrekkelijk is voor investeerders, maar wel terrein verliest. In 2005 vestigden zich nog 19 nieuwe hoofdkantoren, in 2006 kon Nederland 10 nieuwkomers verwelkomen.

Volgens Caroline Rodenburg, manager International Location Advisory Service, onderscheidt Nederland zich steeds minder van andere landen wat vestigingsklimaat betreft. “Andere landen nemen de gunstige maatregelen, waaronder fiscale maatregelen, van Nederland over”, aldus Rodenburg. “De concurrentie tussen West-Europese landen neemt daardoor toe.”

Het belastingklimaat mag dan een belangrijk argument zijn als bedrijven zich ergens willen vestigen, het is zeker niet het enige. Rodenburg: “De beslissing van de directie voor de vestigingsplaats van het bedrijf wordt gemaakt op basis van veel factoren. Daarbij spelen ook zaken als bereikbaarheid, quality of life en de beschikbaarheid van gekwalificeerd personeel een rol.”

Van in Nederland gevestigd buitenlandse bedrijven hoort Rodenburg regelmatig dat ze moeite hebben met het weinig soepele ontslagrecht. Het is echter onbekend of bedrijven zich om die reden elders vestigen.

Opvallend noemt Ernst & Young in het rapport ‘Netherlands Attractiveness Survey’ de daling van het aantal bedrijven op het gebied van logistiek en distributie dat zich in Nederland vestigt. De sector behoort niet tot de zes speerpunten van het kabinetsbeleid, maar verdient volgens Rodenburg wel de nodige aandacht. “Dankzij de vliegvelden en havens hebben bedrijven Nederland altijd als een goede uitgangspositie beschouwd om de rest van Europa te benaderen. Logistiek en distributie gaat gepaard met veel toegevoegde waarde. Het is zonde dat Nederland die sterke positie nu aan het verliezen is.”


--------------------------------------------------------------------------------
Het buitenland lonkt

Behalve buitenlandse bedrijven wil het Innovatieplatform ook buitenlands talent interesseren om naar Nederland te komen. Antoine van Agtmael, oprichter en chief investement officer van een Amerikaanse investeringsmaatschappij in opkomende markten, moedigt Nederlands talent daarentegen juist aan om naar het buitenland te vertrekken.

“Nederlanders hebben een groot voordeel dat ze vreemde talen zo goed beheersen,” zegt Van Agtmael, die zelf na een studie bedrijfseconomie naar de VS vertrok. “Ik was laatst in een bar in Beijing met wel honderd Nederlanders die allemaal vloeiend Chinees spraken. Die bar had je echt niet met zoveel Chinees sprekende Amerikanen kunnen vullen.”

Van Agtmael ziet hoe bedrijven managers wegkapen uit Nederland. “China staat wel bekend om goedkope arbeid, maar het land beschikt over onvoldoende goed opgeleide managers. Iemand die in Nederland Chinees heeft gestudeerd, kan zo in China aan de slag. Ik raad jonge Nederlanders, die nog een lange carrière in het vooruitzicht hebben, echt aan om bij de zoektocht naar een baan verder te kijken dan Shell, McKinsey en Unilever. Kijk ook eens naar de mogelijkheden die Haier, de Chinese fabrikant van huishoudelijke apparaten, biedt; of de Mexicaanse cementproducent Cemex.”

Publicatie: juni/juli 2008

Copyright: Christel Witteveen

....

 

 

 

 

 


....

 

 

x

Doorzoek website