Home Artikelen SER Bulletin “We praten echt niet elke week met de president”

“We praten echt niet elke week met de president”

Bijna een jaar werkt Marcel Canoy nu als economisch adviseur voor José Barroso, voorzitter van de Europese Commissie. Onder zijn leiding schreven een aantal mensen een rapport over de toekomst van het Europese Sociale Model. In zijn speeches neemt Barroso het gedachtegoed uit dit rapport al over.

“Iedereen praat altijd over vergrijzing en globalisering als twee monsters die op ons afkomen”, vertelt Marcel Canoy. “Ik verzet me daar tegen. Niet de vergrijzing en de globalisering zijn de werkelijke redenen waarom we ons sociale systeem moeten moderniseren. Het gaat erom dat ons huidige systeem is toegesneden op situaties die gisteren relevant waren. Zo bestaat in sommige landen nog steeds een welvaartsstaat die gebaseerd is op het feit dat de man kostwinner is. Dat werkt door in de sfeer van belastingen, pensioenen en kinderopvang. Dat moeten we nodig moderniseren.”

Canoy (42) studeerde econometrie aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde in 1993 op het onderwerp industriële organisatie. Vorig jaar juni verruilde hij zijn functie als hoofd van de sector Marktordening bij het Centraal Planbureau voor het lidmaatschap van het Bureau van Europese Beleidsadviseurs (BEPA). Canoy: “We praten echt niet elke week met de president. Maar hij vraagt ons wel of we aan bepaalde onderwerpen aandacht besteden.”

BEPA is een onafhankelijke denktank van circa twintig leden die zich bezighouden met sociale, politieke en economische onderwerpen. BEPA adviseert direct aan commissievoorzitter Barroso. Net als bij het CPB moet Canoy in beperkte tijd antwoord geven op een beleidsvraag. Soms vraagt de president hem binnen een paar uur iets op papier te zetten, voor de meeste vraagstukken krijgt hij een paar maanden. Zo ook voor het rapport over de toekomst van het Europese sociale model dat BEPA het afgelopen jaar onder leiding van Canoy opstelde.

In dat rapport maakt Canoy zich sterk voor de gedachte dat economische groei en een sociaal model niet als tegenpolen moeten worden gezien. Ze kunnen elkaar juist versterken. Globalisering prikkelt bedrijven om op het puntje van hun stoel te gaan zitten. Om niet failliet te gaan, moeten ze voortdurend reorganiseren waarbij ze telkens een deel van het personeel op de arbeidsmarkt zetten. Ze kunnen die mensen niet meer gebruiken omdat hun werk overbodig is geworden. Er komen wel nieuwe taken voor in de plaats, maar daarvoor zijn weer andere vaardigheden nodig.

Flexibiliteit
“Op zich hoeft open marktbeleid dus niet tot werkloosheid te leiden”, aldus Canoy. “In Amerika zie je juist dat er heel weinig werkloosheid is. Wat ik in het rapport probeer duidelijk te maken, is dat de mate waarin dit soort processen gunstig zijn voor de economie, afhangt van de flexibiliteit van de arbeidsmarkt. Zijn mensen in staat nieuwe taken uit te voeren? Willen ze verhuizen? Komen er genoeg nieuwe banen bij? Mensen die beweren dat je moet kiezen voor economische groei of voor sociaal beleid, die begrijpen gewoon niet hoe een gezonde economie werkt. Het is spijtig dat mensen die het wel eens zijn met dit beleid er onvoldoende in slagen om de positieve kanten ervan te belichten.”

Op het moment dat een economie de kansen van een open markt weet te benutten en tegelijkertijd de kosten kan beperken, ontstaat er volgens Canoy een gezonde situatie zonder hoge werkloosheidspercentages. Canoy: “Een goed opgeleide beroepsbevolking zorgt ervoor dat mensen die op straat komen te staan, over vaardigheden beschikken die ze elders kunnen inzetten. Een deel van de verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij het bedrijfsleven. De overheid heeft als taak om het onderwijs goed te organiseren. In lang niet alle landen van Europa is dat het geval. Nederland heeft bepaald geen probleemloos tertiair onderwijs. Ook Duitsland heeft daar problemen mee. Engeland heeft juist weer een groot probleem met primair en secundair onderwijs.”

Het is een van de taken van Canoy om het verhaal over de wederzijds stimulerende werking van groei en sociaal beleid voor het voetlicht te brengen. “Ik merk dat een aantal ideeën uit het rapport al worden over genomen”, zegt Canoy. “Barroso vertelt erover in speeches in de lidstaten. Zelf heb ik contacten in het academische circuit. Ook beleidsnetwerken van vakbeweging en werkgevers willen weten hoe het verhaal in elkaar steekt.”

Welke reacties krijgt u op het rapport?
“Veel mensen vinden het een aannemelijke theorie, maar sommigen zijn wel tegen de consequenties die het met zich mee brengt. Als we dit model serieus nemen, moeten we in Nederland allereerst het hoger onderwijs herstructureren. Wie is daar tegen? Het hoger onderwijs zelf. Mensen zullen zich verzetten als ze hun huidige situatie moeten opgeven. Veranderingen zijn altijd moeilijk, kijk maar naar de rellen in Frankrijk. Het negatieve verhaal dat herstructurering alleen maar leidt tot werkloosheid is nu eenmaal makkelijker uit te leggen dan het positieve. Maar hervorming van de arbeidsmarkt in Frankrijk is bittere noodzaak. De jeugdwerkloosheid is daar enorm. Doordat bedrijven zoveel bescherming moeten bieden aan de mensen die ze in dienst hebben, durven ze geen nieuw personeel meer aan te nemen.”

In het rapport staat dat we meer moeten studeren, meer kinderen moeten krijgen en harder moeten werken. Zorgt dat niet voor een enorme druk?

“Ik ben er geen voorstander van dat we perse meer uren moeten gaan werken. In de economische discussie zijn er twee scholen. De ene school vindt het prima dat mensen in Europa minder hard willen werken dan in Amerika, mits het hun eigen keuze is. De andere school zegt dat mensen door ons belastingsysteem niet worden geprikkeld om meer uren te maken. Beide verhalen zijn een beetje waar. Ik denk dat Europeanen inderdaad meer prioriteit leggen bij vrije tijd, maar ik denk ook dat ons belastingsysteem er voor zorgt dat mensen minder prikkel voelen om harder te werken. Het is cruciaal om ervoor te zorgen dat mensen die parttime werken, dat doen omdat ze het prettig vinden. Als een moeder halve dagen wil werken om de kinderen van school te kunnen halen, laten we dat dan vooral zou houden. Maar het is ongewenst als iemand maar een paar dagen werkt omdat bijvoorbeeld het belastingsysteem of slechte kinderopvang het onaantrekkelijk maken om meer te werken. Als dit soort zaken goed geregeld zijn, zullen we uiteindelijk zien dat mensen gemiddeld genomen harder gaan werken, op vrijwillige basis. Dat is de kern van het nieuwe sociale model.”

Wat is er voor nodig om die situatie bereiken?
“Europa kent nog veel anomalieën op dit vlak. In Duitsland zijn de belastingen nog niet geïndividualiseerd. Ook de kinderopvang is er dramatisch georganiseerd. Vrouwen moeten daar heel ingewikkeld doen als ze willen werken. Ik vind het prima als sommige vrouwen niet willen werken, maar er zijn er ook heel veel die dat wel willen en dat moet makkelijker gemaakt worden.”

Hoe moet het nu eigenlijk verder met de Europese grondwet?
“De grondwet in de huidige vorm komt er niet. Ik vraag me af of het wel zo verstandig was om de burgers hierover te raadplegen. Als je ergens een referendum over organiseert, moet er een simpele vraag aan ten grondslag liggen. De grondwet is zo ingewikkeld, je kunt niet redelijkerwijs verwachten dat burgers de inhoud ervan begrijpen. Waarom hebben we nu een parlementaire democratie? Dat is om dingen die burgers te ingewikkeld vinden, te delegeren aan mensen die ervoor gestudeerd hebben om het te kunnen begrijpen.
Voor een deel van de problemen waar de nieuwe grondwet een oplossing moest bieden, moet er toch echt iets gebeuren, anders wordt de Europese Unie onbestuurbaar. Er moet een juridische oplossing komen waarbij tegelijkertijd recht wordt gedaan aan het signaal dat de Fransen en de Nederlanders hebben gegeven. Maar dat signaal was niet: ‘gij zult uw commissie onbestuurbaar maken’. Over een paar jaar komt er een nieuw verdrag, maar geen kopie van de grondwet, dat moge duidelijk zijn. Bij BEPA zijn we daar op dit moment niet mee bezig maar het zou me niets verbazen als we daar op een gegeven moment wel bij betrokken raken.”

Is dit uw droombaan?
“Ik vind het erg leuk om zo vanuit helikopterperspectief naar een onderwerp te kunnen kijken. Een andere charme van het werk voor BEPA is dat we bijna altijd multidisciplinair werken. Bij het onderzoek naar migratie dat ik nu leid, pakken we ook onderwerpen als veiligheid en ontwikkeling mee. Maar werken voor de Europese Commissie heeft niet alleen maar leuke kanten. Het is wel eens lastig dat er zoveel spelers in het veld zijn. Ik heb te maken met collega’s, de president, andere directoraten van de commissie, het parlement, belangenbehartigers, andere denktanks, de academische wereld en de lidstaten. Bij elkaar opgeteld zijn dat wel heel veel spelers om contact mee te onderhouden en dat kost veel tijd. Ik moet goed oppassen dat ik voldoende tijd overhoud om na te denken en te schrijven.”


Copyright Christel Witteveen


 

....

 

 

 

 

 


....

 

 

x

Doorzoek website