Home Artikelen SER Bulletin Kansen voor de energiesector

Kansen voor de energiesector

Jan Peter Balkenende en Tony Blair stuurden in oktober gezamenlijk een dringende brief aan voorzitter Barroso van de Europese Commissie. Daarin stelden ze dat de economische groei onder druk komt te staan als er niet snel werk wordt gemaakt van een duurzamer energiebeleid. De SER onderschrijft dit, zo valt te lezen in het advies over duurzaam energiebeleid dat vorige maand werd vastgesteld.

"Het was geen gemakkelijk proces om met alle partijen tot overeenstemming te komen," vertelt Jacqueline Cramer, voorzitter van de commissie die het advies voorbereidde. "De discussie concentreerde zich vooral op de positie van werkgevers. Werkgevers hebben te maken met kortetermijnproblemen die verhinderen dat er op lange termijn resultaten worden geboekt op het gebied van een duurzamere energievoorziening."

Als Nederland te forse maatregelen neemt in de richting van een meer duurzame energievoorziening, kan dat leiden tot hogere kosten voor bedrijven en een verslechtering van hun concurrentiepositie. En dat terwijl in Nederland de situatie al minder gunstig is door de koppeling van de prijs van aardgas aan de olieprijs. Een land als Frankrijk heeft veel lagere energiekosten omdat bedrijven er gebruik kunnen maken van goedkope kernenergie.

"Duurzame energiebronnen kunnen wat betreft productiekosten nog niet concurreren met fossiele energiebronnen," zegt Cramer, die tevens hoogleraar duurzaam ondernemen is aan de Universiteit Utrecht. "Voor een deel is dit kostenverschil tegen te gaan door subsidiering en fiscalisering; dat laatste vinden we nog de beste optie. Overigens zijn alleen die investeringen zinvol waarvan de verwachting is dat de uiteindelijke kosten per gebruikseenheid in de toekomst gaan dalen. Op relatief korte termijn valt dan te denken aan windenergie en biomassa. De technische ontwikkeling van een rendabele voorziening door zonne-energie loopt nog ver achter."

De vraag die de SER van het ministerie van Economische Zaken kreeg voorgelegd was vooral om te zoeken naar draagvlak voor het energietransitiebeleid zoals het vorige kabinet dat heeft ingezet. Cramer kan volmondig beamen dat er een duidelijke consensus is over de urgentie van dat beleid. De sociale partners onderschrijven de ingezette lijn, die naar alle waarschijnlijkheid door het nieuw te vormen kabinet zal worden voortgezet. Sleutelgebied

In het advies staat dat een deel van de 4 miljard euro die het volgende kabinet volgens de SER jaarlijks beschikbaar zou moeten stellen voor extra investeringen in kennis, ingezet moet worden voor het energietransitiebeleid. Dat is opvallend, want in de periode tussen 2002 en 2005 halveerden de totale overheidsbestedingen voor innovatie in de energiesector. In 2002 was er nog 1500 miljoen euro beschikbaar, in 2005 slechts 850.

Het advies benadrukt dat de overheidsbijdrage aan de totstandkoming van energietransitie fors omhoog moet. Op termijn zouden de extra overheidsmiddelen moeten oplopen tot 2 miljard euro per jaar, zoals ook door de Taskforce Energietransitie was bepleit. Om zeker te stellen dat het kabinet jaarlijks een dergelijk bedrag beschikbaar, beveelt de SER aan om het energietransitiebeleid een structureel onderdeel te maken van de rijksbegroting.

"Het is belangrijk om het energietransitiebeleid op te nemen als speerpunt van het sleutelgebiedenbeleid," zegt Cramer. "Dan kunnen we de uitdaging van een duurzaam energiebeleid veel gecoördineerder aanpakken. Nu gebeurt er te veel versnipperd."


Meer leiderschap van de overheid bij het energietransitiebeleid zou volgens de SER geen kwaad kunnen. Cramer: "Bij dit onderwerp zijn onder andere de ministeries van Economische Zaken, VROM, Verkeer en Waterstaat en Buitenlandse Zaken betrokken. Er bestaat nu een interdepartementale taskforce voor het energietransitiebeleid, dat is al een enorme verbetering. Maar er moet een nog duidelijkere regie komen vanuit de overheid om belangrijke keuzes te kunnen maken over zaken als de financiering. En over de vraag hoe we een energietechnologiesector kunnen creëren zoals dat bij watertechnologie al lijkt te gaan lukken."

De overheid op haar beurt wil een minder vrijblijvende opstelling van sociale partners. "Het is belangrijk dat alle partijen commitment afgeven," zegt Cramer. "De overheid heeft het initiatief genomen voor het energietransitiebeleid. We zien nu een tendens ontstaan van bedrijven die willen meedenken en meedoen met dit thema. Die ontwikkeling moet versterkt worden. Het is een proces waarbij niet iedereen in hetzelfde bootje vaart. Het ene bedrijf is meer doordrongen van de noodzaak dan het andere. Om alle bedrijven te overtuigen van het belang van het energietransitiebeleid, moeten werkgeversorganisaties de urgentie van duurzame energievoorziening ook uitstralen."

Ecologische doelen voor opkomende markten
"Bedrijven worden tegenwoordig geacht maatschappelijk verantwoord te handelen". Dat stelde Jacqueline Cramer eind november in haar inaugurele reden waarmee ze het hoogleraarschap Duurzaam Ondernemen bij de faculteit Geowetenschappen van de Universiteit Utrecht aanvaardde.

In vergelijking met andere grote Europese bedrijven, scoort het Nederlandse bedrijfsleven redelijk goed op het gebied van duurzaam ondernemen. Er staat hen een breed scala van best practices en stappenplannen ter beschikking en de meeste grote bedrijven stellen wel een duurzaamheidsverslag op. Bedrijven hebben echter moeite om een omslag te maken van een defensieve, procedurele aanpak naar een innovatieve aanpak van duurzaam ondernemen. Volgens Cramer gaat het er juist om een proces in gang te zetten dat leidt tot vernieuwing van bestaande processen, producten en diensten.

In haar rede pleitte Cramer voor een sterkere koppeling tussen duurzaam ondernemen en innovatieprocessen binnen bedrijven. Daar zullen met name de afdelingen Research & Development, productontwikkeling en marketing bij betrokken moeten worden. Cramer vindt dat het Nederlandse bedrijfsleven prima in staat is om oplossingen te vinden die zowel aan ecologische en sociale doelen tegemoet komen, en tegelijkertijd economische kansen bieden. Dat blijkt wel uit de nul-energiewoningen, de energieleverende tuinbouwkassen en de waterbesparende apparatuur die zijn ontwikkeld.

Cramer: "Het is de kunst om deze duurzame technologieën op de markt te krijgen, in Nederland maar ook wereldwijd. Opkomende markten zoals China, India en Brazilië hebben grote behoefte aan duurzame technologie maar zijn niet in staat alles zelf te ontwikkelen. Het Nederlandse bedrijfsleven zou met duurzame technologieën zijn concurrentiepositie op de wereldmarkt kunnen versterken."

Zelf wil Cramer de komende jaren onderzoek verrichten naar de wijze waarop bedrijven hun zoekprocessen naar dit soort alternatieve technologische ontwikkelingen managen.

Copyright © Christel Witteveen
Gepubliceerd in SER-bulletin, januari 2007

....

 

 

 

 

 


....

 

 

x

Doorzoek website